Comet-site opgehoogd met vervuilde grond

De bijkomende vervuiling op de Mechelse Comet-site is deels te wijten aan vervuilde grond die werd gebruikt bij het verhogen van het terrein. Dat suggereert het bodemonderzoek dat het Mechels magazine As Gau Paust kon inkijken.

Waar komt die extra vervuiling op het terrein van de voormalige Comet-fabriek nu eigenlijk vandaan? Het Mechelse magazine As Gau Paust ging neuzen in het meest recente bodemonderzoek.

Dat de gronden van de voormalige Comet-fabriek aan de Koningin Astridlaan in Mechelen meer vervuild zijn dan gedacht verklapte de projectontwikkelaar Revive onlangs nog op een geanimeerde bewonersvergadering. Een blik op het ‘oriënterend en beschrijvend onderzoek’, uitgevoerd door een firma die gespecialiseerd is in bodemonderzoek, geeft meer zicht op die bijkomende vervuiling.

Bijkomende vervuiling door:
Wat is het risico op de Comet-site?
PAK’s geen saneringsnoodzaak
PCB’s saneringsnoodzaak omwille van een potentieel humaan risico
minerale olie op de ene meetplek is er geen saneringsnoodzaak op de andere wel omwille van een potentieel humaan risico
cyanide saneringsnoodzaak omwille van een potentieel humaan risico en een verspreidingsrisico
asbest saneringsnoodzaak omwille van een potentieel humaan risico en een potentieel verspreidingsrisico

Bron: Oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek Comet-site (Rapportjaar: 2017)

Brownfield

Dat de Comet-grond erg verontreinigd is, was al veel langer gekend. Een historische verontreiniging die te relateren valt aan de activiteiten van de vatenfabrikant Comet, die er in de periode van 1947 tot 2007 was gevestigd. Zo wees een bodemonderzoek in 2004 al op minerale olie in de grond – onder meer in de toenmalige omgeving van de beitsinstallatie.

Door de herbestemming van het terrein naar woongebied werden daarom ook de eerdere bodemonderzoeken geherevalueerd. Zo bleek bijvoorbeeld de chroom-verontreiniging in de grond en het grondwater van een specifiek deelgebied omvangrijker dan bij het eerder bodemonderzoek uit 2004.

Net doordat het terrein een nieuwe bestemming kreeg, is logischerwijs een strengere sanering noodzakelijk om risico’s voor mens en milieu te vermijden.

Begin maart van dit jaar passeerde de principiële goedkeuring van het brownfieldconvenant voor de Comet-site op de Vlaamse regeringstafel.  De Vlaamse regering faciliteert de herontwikkeling van ‘brownfields’ door het afsluiten van convenanten met projectontwikkelaars en investeerders. Daarbij kunnen ook afspraken worden gemaakt over de bodemsanering. Meer achtergrond over brownfields lees je bij OVAM. (Foto: Comet-site / AGP)

Ali Cyaankali

Hoe het kan dat er bijvoorbeeld ook cyanide is ontdekt op de Comet-site? “De exacte bron van de verontreiniging is niet gekend”, lezen we letterlijk in het rapport. Er zou volgens de onderzoekers geen cyanide gebruikt zijn op het terrein. “Al is dit bij metaalwerking niet volledig uitgesloten aangezien cyanide vaak gebruikt werd bij het galvaniseren van metalen.”

Toch linken de onderzoekers de cyanide aan de ophooglaag, waar ze de vervuiling voornamelijk in de toplaag aantroffen. “De verontreiniging is hoogstwaarschijnlijk dus ontstaan ten gevolge van het ophogen van het terrein met verontreinigde grond.” De richtwaarde voor cyanide in het grondwater werd niet overschreden.

De verontreiniging is hoogstwaarschijnlijk dus ontstaan ten gevolge van het ophogen van het terrein met verontreinigde grond.

Oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek Comet-site (Rapportjaar: 2017)

Ook de bron van de vervuiling met PCB’s in het puin van de ophooglaag is niet gekend. “Voor zover gekend is er buiten de transformatoren geen gebruik gemaakt van PCB’s op het terrein”, schrijft het onderzoeksbureau. Maar die transformatoren kunnen het niet geweest zijn, aangezien de verontreiniging niet eenduidig op één plaats voorkomt (het rapport spreekt in dit verband over een “diffuse verontreiniging”, red.).

“De verontreiniging kan dus gelinkt worden aan de puinhoudende ophooglaag.” Met andere woorden: de ophooglaag is over het volledige terrein verontreinigd met PCB’s. Wel is ook deze vervuiling niet ernstig doorgedrongen in het grondwater.

Wie heeft zoveel ping-ping-ping?

“Dit is een juridisch probleem”

50 euro voor een kant-en-klare PDF-file. Da’s de ronde som die een burger moet betalen aan OVAM om een digitaal kopietje te krijgen van een bestaand bodemonderzoek. Een bedrag dat ook is opgenomen in het VLAREBO-Besluit. Toch ziet professor Frankie Schram van het Leuvens Instituut voor de Overheid een juridisch probleem.

“Een Vlaamse instelling die een onafhankelijkheid geniet (OVAM is een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, red.) kan zelf prijzen vragen voor een document dat ze in haar bezit heeft”, erkent professor Schram. Om er in één adem aan toe te voegen dat die prijs wel een “redelijke kostprijs” moet zijn. Zo mag in die kost bijvoorbeeld geen personeelskost zitten.

“Maar uit het Besluit van de Vlaamse Regering blijkt duidelijk dat de grondslag gebeurt op grond van de personeelskost”, stelt de professor en specialist in openbaarheid van bestuur. “Als het gaat om een bestaand bestuursdocument is dit een juridisch probleem.”

Als het gaat om een bestaand bestuursdocument is dit een juridisch probleem.

Reactie professor Frankie Schram (Instituut voor de Overheid)

Wat een ‘redelijke kostprijs’ dan wel is? “Redelijkheid moet in het recht steeds van geval tot geval worden bepaald”, verduidelijkt professor Schram, “aangezien het hier een grondrecht betreft, is de kostprijs steeds bij voorkeur zo laag mogelijk in te vullen. Het begrip ‘kostprijs’ wijst erop: men kan alle kosten inbrengen die men moet maken om een kopie te maken, maar personeelskosten horen daar niet bij.”

Een overheid is trouwens verplicht om alle bestaande wetgeving toe te passen, ook al zijn ze in strijd met hogere wetgeving, bemerkt professor Schram nog. “Het is de rechter die hier kan optreden. In het geval van de Raad van State: annulering van het besluit van de Vlaamse regering. Of in het geval van de gewone rechter: niet toepassing van het illegaal besluit op grond van artikel 159 van de Grondwet.”

ovam
“Personeelskosten kunnen wel aangerekend worden als een document moet worden opgemaakt naar aanleiding van een aanvraag”, vult de professor nog aan. “In dit laatste geval geldt geen toepassing van redelijke kostprijs.” (Bron figuur: website OVAM)

Hoe onze speurtocht naar de bijkomende vervuiling in het bodemonderzoek van de Comet-site leidde tot de ontdekking van een juridisch probleem. 50 euro vragen voor een bestaand document druist in tegen het grondrecht, stelt professor Frankie Schram. En dan waren we die verontreinigde grond die gebruikt werd om het terrein van de Comet-site op te hogen nog bijna vergeten.