Op de sofa van de vernieuwde raadscommissie

“Mag ik een tegenvoorstel doen, Gwendolyn?” De lapsus van burgemeester Somers wanneer hij raadscommissievoorzitter Caroline Gennez aanspreekt – en niet zijn eigen partijvoorzitter – verraadt de gemoedelijkheid van de vergadering. Een wereld van verschil in vergelijking met een doorsnee gemeenteraad. “De vorm van de zaal bepaalt mee het debat”, weet Somers. Toch gaat het vanavond in de cosy zaal Wollebrandt van het Mechels stadhuis over een fundamenteel onderwerp: het aantal mondelinge vragen dat een raadslid straks nog mag stellen aan het eind van de gemeenteraad.

Tijdens de eerste zitting van de raadscommissie Algemene Zaken debatteerden meerderheid en oppositie over het nieuwe reglement voor de gemeenteraad. En wij waren erbij: een verslag vanuit de sofa.

Het reglement van de gemeenteraad is geen vodje papier: de absolute meerderheid van de Mechelse stadslijst (da’s 13 zetels Groen, 10 zetels Open VLD en 2 zetels m+) wil het aantal vragen aan het eind van de gemeenteraad inperken. Als de gemeenteraad dat voornemen op het eind van deze maand goedkeurt, mogen alle fracties maar een beperkt aantal mondelinge vragen meer stellen. Afhankelijk van de grootte van de fractie gaat dat van één tot vijf. Een afspraak die de verschillende fractievoorzitters – behalve die van Vlaams Belang en pvda – in een voorvergadering al waren overeengekomen.

De mondelinge vragen aan het eind van de gemeenteraad zijn vooral een instrument van de oppositie. Een analyse van alle mondelinge vragen uit de voorbije legislatuur leert dat de toenmalige oppositie van sp.a en Vlaams Belang samen bijna 75% van alle mondelinge vragen aan het eind van de gemeenteraadsvergadering stelde. Het overblijvende kwart werd vooral vanuit de voormalige meerderheidspartij N-VA en in mindere mate door Groen ingevuld.

De mondelinge vragen aan het eind van de gemeenteraad waren tijdens de vorige legislatuur vooral een instrument van de oppositie – toen nog enkel Vlaams Belang en sp.a. Opvallend: de raadsleden van Open VLD hebben tijdens de vorige legislatuur amper een mondelinge vraag gesteld. (Figuur: AGP)

Onweerstaanbare drang

“Als je eindeloos vragen kunt blijven stellen, gaan die commissies nooit van de grond komen en blijven de gemeenteraden ellenlang duren”, argumenteert burgemeester Bart Somers (Open VLD) tijdens de raadscommissie Algemene Zaken, waar het nieuwe reglement voor de gemeenteraad op de agenda staat. Somers hoopt zo vooral op snedigere debatten in de raadszaal.

Wat voor de oppositie geldt, is ook voor de meerderheid van toepassing, benadrukt de burgemeester tijdens het debat in de commissie. “En ik kan u zeggen: wij hebben werk om 25 mensen in toom te houden die ook ook allemaal hun vragen willen stellen.” Een opmerkelijk argument, want uit een eerdere analyse van dit magazine bleek dat er tijdens de voorbije legislatuur vanuit de partij van de burgemeester amper vragen waren gesteld.

De mogelijkheid om punten aan de agenda toe te voegen of schriftelijke vragen in te dienen blijft dan weer onbegrensd in het nieuwe reglement. “Als je een onweerstaanbare drang voelt om een tweede vraag te stellen, maak er dan een toegevoegd agendapunt van”, suggereert Somers aan pvda-raadslid Dirk Tuypens, die blijft tegenspartelen tijdens de discussie. Geen toeval: Tuypens kroonde zich in korte tijd al meteen tot de nieuwe vragenkampioen met telkens 3 vragen per gemeenteraad. Straks mag hij nog maar één enkele vraag per zitting stellen. “Make it count”, reageert oppositielid Freya Perdaens (N-VA), “laat het dan de vraag zijn die het verschil kan maken – al snap ik dat dat geen evidentie is.”

Mag da?
Maar mag dat wel: een gemeenteraad die zichzelf inperkt door het aantal mondelinge vragen aan het eind van de zitting te limiteren? “Ik zie niet meteen een probleem”, reageert professor lokale politiek Herwig Reynaert (UGent), “als men dit duidelijk in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad inschrijft.” Ook de woordvoerder van minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA), Toon De Bock, wijst op de autonomie van lokale besturen bij het bepalen van de voorwaarden waaronder de gemeenteraadsleden mondelinge en schriftelijke vragen kunnen stellen. “Maar deze voorwaarden mogen geen afbreuk doen aan de redelijke uitoefening van het vragenrecht en moeten in overeenstemming zijn met de goede werking van de gemeenteraad.”

Ook professor lokale politiek Johan Ackaert (Universiteit Hasselt) bevestigt dat er enige inperking mogelijk is – verwijzend naar het decreet lokaal bestuur. “Gemeenteraadsleden, die menen dat hun rechten beperkt worden, kunnen natuurlijk wel een klacht indienen bij de gouverneur.”

Amfitheater

Eigenlijk is de gemeenteraad ook niet de meest praktische plaats om goed te debatteren, vindt Somers nog. “42 mensen moeten er telkens naar één persoon luisteren. Het aantal gemeenteraadsleden dat echt participeert is klein omdat we allemaal eerder generalisten zijn.” Somers pleit ervoor dat elk raadslid een specialist wordt op deeldomeinen, van openbare werken tot veiligheid. “Zo krijg je hier in de commissies een echt debat met een andere stijl, die niet altijd polariserend hoeft te zijn.” Somers maakt zich sterk dat de oppositie zo ook meer kan wegen op het beleid, “dan vanuit het amfitheater dat de gemeenteraad toch wel wat is”.

Somers streeft daarom naar een andere sfeer binnen de raadscommissies. “Een beetje zoals in de commissies van het parlement waar je over de grenzen van oppositie en meerderheid heen dingen kunt doen bewegen die in de plenaire vergadering niet mogelijk zijn.”

In de vernieuwde raadscommissies – met een tweemaandelijkse overleg per portefeuille binnen het college – belooft dat stadscollege ook effectief haar beleid te komen verdedigen.

Goesting

“Zaken die we op de commissie bespraken, kregen buiten deze muren nooit zoveel gewicht als wat op de gemeenteraad werd verteld”, werpt oppositieraadslid Freya Perdaens nog op. Ook Caroline Gennez (sp.a), die vanuit de oppositie de vergadering voorzit, geeft aan dat een commissie in het verleden veeleer een infosessie was. “Daarom moeten we met zijn allen het belang van de commissie opwaarderen”, vindt ze.

“De nieuwe commissiewerking is niet te vergelijken met die van de vorige legislatuur”, belooft Kristof Calvo (Groen) en verzekert dat er aan het eind van de agenda alle tijd is om de bevoegd schepen aan een vragenvuur te onderwerpen. “We moeten hier dingen agenderen waardoor ook de pers goesting heeft om af te komen.”

We moeten hier dingen agenderen waardoor ook de pers goesting heeft om af te komen

Kristof Calvo (Groen) tijdens de raadscommissie Algemene Zaken van 2 april 2019

Toch blijft de inperking van de mondelinge vragen op de gemeenteraad voor oprispingen zorgen. De Vlaams Belang-fractie, die net zoals de pvda buiten de voorafgaande besprekingen werd gehouden, blijft het een slecht idee vinden om het aantal mondelinge vragen te beperken. Tijdens de discussie stelt Catherine François (VB) terloops dat het vorige bestuur geregeld met ‘getelefoneerde’ vragen kwam aandraven (dat zijn vragen die louter het beleid in de schijnwerpers willen zetten, AGP). Een kritiek waarop Calvo als door een wesp gestoken reageert – “Daar kan ik dus echt niet mee om!” – en meteen de steun krijgt van zijn burgemeester. “Misschien moet de meerderheid zich in het vervolg, bij het begin van de gemeenteraad, maar verontschuldigen dat ze aanwezig is”, klinkt Somers laconiek, waarna de poppen heel even aan het dansen gaan…

“En zo lijkt het hier nu toch wel een beetje op een gemeenteraad”, lacht commissievoorzitter Gennez de spanning weg.